TU Delft
Jaar
Druk deze pagina af Druk deze pagina af     
NEDERLANDSENGLISH
Organisatie
2013/2014 Civiele Techniek en Geowetenschappen Bachelor Civiele Techniek
CTB3320
Weg- en Railbouwkunde
ECTS: 4
Verantwoordelijk Docent
Naam E-mail
Ir. L.J.M. Houben    L.J.M.Houben@tudelft.nl
Docent
Naam E-mail
Prof.dr.ir. R.P.B.J. Dollevoet    R.P.B.J.Dollevoet@tudelft.nl
Prof.dr.ir. S.M.J.G. Erkens    S.M.J.G.Erkens@tudelft.nl
Dr. A. Scarpas    A.Scarpas@tudelft.nl
Contacturen / week x/x/x/x
0/0/6/0
Onderwijsperiode
3
Start onderwijs
3
Tentamenperiode
3
4
Cursustaal
Nederlands
Voorkennis
• Grondmechanica
Onderdelen
• Inleiding
• Wegoppervlak eigenschappen
• Hoogteligging en drooglegging van (spoor)wegen
• Mechanisch gedrag van (spoor)wegenbouwmaterialen
• Structureel ontwerp van asfaltverhardingen
• Opbouw en ontwerpprincipes van spoor- en tramwegen
• Uitvoering van wegen en spoorwegen
Samenvatting
Inzicht verwerven in het constructieve gedrag van de meest gangbare (spoor)wegenbouwmaterialen, en daarmee samengestelde (spoor)wegconstructies, onder gebruiksbelasting (verkeer) en inzicht in de factoren die dit gedrag beοnvloeden (bijvoorbeeld klimaat, drainage, uitvoering).
Vakinhoud
In het college wordt allereerst de maatschappelijke relevantie van weg- en spoorwegverkeer behandeld en de eisen die daaruit voortvloeien m.b.t. het ontwerpen, aanleggen, beheren en onderhouden van ecologisch verantwoorde en duurzame (spoor)wegconstructies.
Vervolgens wordt ingegaan op de oppervlakeigenschappen van wegverhardingen, in het bijzonder vlakheid, stroefheid, geluidsproductie en rafeling (steenverlies) van ZOAB.
Een juiste hoogteligging en drooglegging van de (spoor)wegconstructie is van groot belang voor behoud van de draagkracht gedurende de levensduur. In samenhang hiermee worden zettingen van (spoor)wegconstructies kort behandeld. Dit geldt ook voor de maatregelen die (tijdens de uitvoering) genomen kunnen worden om het zettingsproces te versnellen of de zettingen te verminderen, zodanig dat de restzettingen in de gebruiksfase van de (spoor)weg minimaal zijn.
Hierna wordt het gedrag van de meest toegepaste (spoor)wegenbouwmaterialen t.g.v. statische en herhaalde verkeersbelastingen behandeld. Het betreft hier cohesieve materialen (met name klei-ondergrond), granulaire materialen (zoals zand, steenfunderingsmaterialen en ballastmateriaal) en asfalt. Het gedrag betreft de elasticiteitsmodulus, de (vermoeiings)sterkte en de weerstand tegen spoorvorming, en dat als functie van zaken als dichtheid, vochtgehalte, spanningsniveau (grootte van verkeerslasten), belastingtijd en temperatuur. De belangrijkste proeven ter bepaling van het materiaalgedrag worden toegelicht.
De principes van het dimensioneren van asfaltverhardingen voor wegen worden uiteengezet. Dit betreft het bepalen van de door de verkeersbelasting veroorzaakte spanningen en vervormingen in kritieke punten van de verharding, en het relateren van deze optredende spanningen en vervormingen aan de sterkte (toelaatbare spanningen en vervormingen) van de materialen. De optredende spanningen en vervormingen dienen dusdanig laag te zijn dat een acceptabele functionele en technische levensduur wordt verkregen. De in Nederland gangbare ontwerpmethode voor asfaltverhardingen wordt toegelicht.
Bij spoorwegen wordt ingegaan op de karakteristieke onderdelen van het spoorwegsysteem en de samenhang tussen de systeemonderdelen en de globale dimensionering vanuit het materieel, het spoor en de tractie. Voorts komen de basisprincipes van de wiel/rail-techniek, de treinbelastingen, de temperatuurkrachten en de daaruit resulterende langs- en dwarskrachten op de spoorwegconstructie aan de orde. Niet alleen de klassieke spoorwegconstructie (met rails en dwarsliggers in het ballastbed) maar ook ballastloze constructies met discreet en continu ondersteunde rails worden behandeld. Tenslotte wordt ingegaan op weg-rail constructies.
De kwaliteit van een (spoor)wegconstructie wordt in grote mate bepaald tijdens de uitvoering van het werk. Derhalve wordt de uitvoering van (spoor)wegconstructies kort behandeld. Daarna wordt aan de hand van praktijkvoorbeelden een beeld geschetst van de spreiding in materiaaleigenschappen en de gevolgen hiervan voor de functionele en technische levensduur van het gemaakte werk.

Diverse onderdelen van het college worden verduidelijkt met rekenvoorbeelden.
Leerdoelen
Specifiek moet de student de volgende kennis en vaardigheden beheersen:
1. De maatschappelijke relevantie van de fysieke infrastructuur voor verkeer te land kunnen aangeven.
2. Inzicht hebben in de samenhang tussen weg- en railbouwkunde en aanverwante vakgebieden, in het bijzonder materiaalkunde, constructiemechanica en grondmechanica.
3. Het fundamenteel gedrag (stijfheid, (vermoeiings)sterkte, weerstand tegen permanente vervorming) van de meest gebruikte (spoor)wegenbouwmaterialen t.g.v. de optredende verkeersbelastingen kunnen beschrijven, en de proeven ter bepaling van dat gedrag.
4. Ontwerpen, in dikte en materiaalkeuze, van constructies voor wegen, met name asfaltverhardingen, en spoorwegen.
5. Enige kennis bezitten van de uitvoering van (spoor)wegenprojecten en van de invloed van de uitvoering op de kwaliteit van de constructie.

Studielast:
Het vak omvat 4 ECTS wat overeenkomt met een inspanning van 112 uur. Dit is als volgt opgebouwd:
• 42 uur college (6 uur per week gedurende 7 weken)
• 4 uur extra werkcollege (gelegenheid tot het stellen van vragen en behandelen oude tentamenopgaven)
• 3 uur schriftelijk tentamen
• 8 omliggende uren
• 55 uur zelfstudie en voorbereiding op het tentamen
Onderwijsvorm
Hoorcolleges.
Vakrelaties
Grondmechanica, Constructiemechanica, Materiaalkunde, Transport en Planning
Literatuur en studiemateriaal
• Collegedictaat (online te bestellen, ook beschikbaar op Blackboard).
Wijze van toetsen
Schriftelijk tentamen.
Toegestane middelen bij tentamen
• Rekenmachine zoals omschreven in de examenregeling
Beoordeling
Bij het schriftelijk tentamen wordt per vraagstuk de omvang aangegeven. Het tentamencijfer is het gewogen gemiddelde van de resultaten van de individuele vraagstukken. Het tentamencijfer is tevens eindcijfer.